Spijsvertering

Bloedgroepantigenen en Lectines

Op de wanden van de dunne darm bevinden zich grote hoeveelheden bloedgroepantigenen die reageren met voedingsstoffen en enzymen om de opname te regelen.

Bloedgroepantigenen komen rijkelijk tot uiting in de dikke darm en beinvloeden de darmflora.

Bloedgroepantigenen bepalen het milieu in je maag omdat een aantal hormonen (gastrine, pepsine, histamine) en afscheidingen (maagsappen) rechtstreeks worden beinvloed door je bloedgroep. Met als praktische consequentie dat de vertering van eiwitten makkelijker of moeilijker verloopt, afhankelijk van je bloedgroep.

Okee, maar wat zijn bloedgroepantigenen eigenlijk voor
dingen?

Bloedgroepantigenen kun je voorstellen als antennes die aan de buitenkant van de lichaamscellen (dus niet alleen bloedcellen!) zitten. Het uiteinde van de antenne bij bloedgroep O wordt gevormd door 2 suikermoleculen namelijk fucose en galactose. Aan het uiteinde van de antennes van bloedgroep A en B zit nog een derde suiker gekoppeld (N-acetylglucosamine bij A en N-acetylgalactasomine bij B). Bloedgroep AB heeft zowel A als B antennes.

Die antennes zijn erop gericht om schadelijke indringers te herkennen en te reageren met het aanmaken van antistoffen. Ons bloedgroepantigeen is een krachtige merkstof voor het immuunsysteem om te bepalen wat als lichaamsvreemd of lichaamseigen wordt beschouwd. Zo worden de bloedgroepantigenen van andere bloedgroepen als indringers beschouwd en daarom kan niet iedereen zomaar bloed van een ander ontvangen bij een transfusie.

Dus, elke bloedgroep heeft specifieke suikermoleculen aan de buitenkant van de cellen.

Lectines beslaan een groep van complexe eiwitmoleculen die aan specifieke suikermoleculen plakken en zo in staat zijn zich aan lichaamscellen te binden. Lectines zijn in meerdere of mindere mate toxisch (giftig) van aard en kunnen aanzienlijke schade aanrichten in het spijsverteringsstelsel. Waaronder;

Schade aan de dunne darm wanneer lectines zich hechten aan de dunne darm (celvernietiging, verminderde capaciteit tot herstel, afbraak van de villi die de dunne darm bekleden)

Verandering van de darmflora in de dikke darm waarbij goede bacterieen worden afgebroken en slechte bacterieen de overhand krijgen

Lectines komen praktisch in alle planten en dieren voor in verschillende gradaties. Tot de voedingsmiddelen met de hoogste lectine activiteit behoren granen (vooral tarwe), peulvruchten (vooral sojabonen), noten, zuivel en nachtschade planten (aubergine, tomaat, aardappel, paprika). Elk voedingsmiddel heeft zijn eigen lectines, zo is de lectine in tarwe anders dan de lectine in sojabonen.

Of een bepaalde lectine wel of niet schadelijk voor je is, hangt samen met je bloedgroep want de meeste lectines zijn bloedgroepspecifiek, in die zin dat ze een duidelijke voorkeur hebben voor een bepaald soort suikermoleculen, bijvoorbeeld voor de suikermoleculen die aan het einde van de bloedgroep A "antennes" zitten, of juist voor de suikermoleculen die op de bloedgroep B "antennes" zitten.

Schade door lectines beperkt zich niet tot de darmen want zo'n 5% van de lectines weet zich een weg door de darmwand naar de bloedstroom te banen. Wanneer de darmen al beschadigd zijn kunnen de lectines nog makkelijker door de darmwand heen lekken en in de bloedbaan terechtkomen. Vanuit daar kunnen ze schade aanrichten aan de verschillende lichaamsweefsels en organen.

Bovendien hebben sommige lectines hormonale effecten omdat ze zich gedragen als een hormoon terwijl ze dat niet zijn. Zo bootst de lectine in tarwe het hormoon insuline na en verstoort daarmee de suikerstofwisseling en blokkeert de vetverbranding (artikel pubmed)